Do it Yourself

Het geneseproces

Om een stadsgenese te beschrijven, brengen we de informatie vanuit diverse bronnen bij elkaar. De integratie vraagt samenwerking van deskundigen op gebied van bodem en geomorfologie, water en riolering, natuur, stadsontwikkeling, cultuurhistorie, archeologie en erfgoed. In een dialoog wordt de ingebrachte informatie besproken en gewogen. De genesetekening is een uitkomst van deze samenwerking.

Het proces om tot een 3D-model te komen is een deel van het resultaat. In de praktijk zien we dat professionals die ieder over een stukje van de puzzel beschikken, elkaar niet of nauwelijks kennen. Door samen aan de stadsgenese te werken, komen zij met elkaar in contact en ontstaat er zicht op nieuwe kansen en oplossingen voor het stedelijke gebied. Dit proces verloopt in een aantal stappen.

schema bronnen

1) Basisinformatie verzamelen

We beginnen met het bijeenbrengen van informatie over het natuurlijke systeem, zoals de natuurlijke bodems, de hoogtekaart en het watersysteem. Ook is een goede en actuele topografische kaart noodzakelijk, met duidelijke bestuurlijke grenzen.

2) Contouren bepalen

In een eerste dialoog bepalen we op basis van deze bronnen de contouren van de genese. We noemen dat de ‘deksel’. We houden rekening met bestuurlijke grenzen en de belangrijkste eenheden van de natuurlijke bodems. In de praktijk herkennen we vaak het cultureel erfgoed als relict van een oudere onderliggende structuur. Parallel kijken we naar de ondergrond. Dit gebeurt met behulp van het trekken van transecten (dwarsdoorsnedes) vanuit het DINO-loket. Hierdoor is te zien in hoeverre de diepteprofielen kenmerkend zijn voor het gebied en de natuurlijke processen daarin.

3) Kaartenbibliotheek opbouwen

We bouwen een bibliotheek op met de relevante onderliggende kaarten. Openbaar en landelijk beschikbare informatie wordt aangevuld met kaarten van gemeente, provincie of waterschap. Waar informatie ontbreekt, moet die worden gegenereerd of geïnterpreteerd. De profielen uit het DINO-loket zijn gebaseerd op boringen die modelmatig worden geëxtrapoleerd. De bronnen worden in een GIS-bestand verzameld en uitgelezen naar een tekenprogramma, zoals Illustrator.

4) Basistekening maken

In de basistekening worden de bestanden geïntegreerd. Eerst wordt de belijning van ‘de deksel’ aangepast met de hoogtelijnen. Daarna worden de natuurlijke bodems en de diepteprofielen op elkaar aangesloten. Dit is soms lastig, omdat de bronbestanden meestal niet op elkaar zijn afgestemd. Ook zijn er soms forse hiaten. Deze moeten dan vanuit kennis of nader onderzoek worden toegevoegd. Daarna worden structuren of gebieden met water, groen en natuur ingetekend.

5) Genesetekening uitwerken

De tekening wordt verder uitgebreid en geschikt gemaakt voor analyse, visievorming en communicatie. Hiertoe wordt eerst de GIS-kaartenbibliotheek uitgebreid met de relevante brongegevens zoals historische kaarten en soms klimaateffecten, groenstructuren en wijktypologieën. De GIS-kaarten worden geabstraheerd en op de genese weergegeven.

6) Genesegesprek voeren

Nu volgt een breed gesprek met alle deskundigen en personen die de genese willen of kunnen gebruiken, zoals stedenbouwkundigen en beleidsmakers. De genese wordt gebruikt als middel voor de uitwisseling en aanscherping van inzichten. Vaak komen nog aspecten aan bod die kunnen worden verbeterd of toegevoegd.

7) Rapportage opstellen

Tot slot worden de genese en de gebruikte bronnen beschreven en gedocumenteerd. Het tekenbestand wordt als geheel naar GIS omgezet en via het gemeentelijke kaartensysteem ontsloten.